van Blommaerts en Blommaarts
door Frank Jeger Ohlenbusch
Er zijn niet zoveel mensen, die geïnteresseerd zijn in hun voorouders. Als interesse al komt opborrelen is dat meer bij de wat ouderen onder ons. Als dan eindelijk gezocht wordt naar de afkomst, wordt er toch heimelijk gehoopt te stuiten op een voorouder met aanzien, adellijk bloed of rijkdom. Of een notaris, die misschien naar je op zoek is, om je het oude familiekapitaal toe te wijzen. IJdele hoop!
Als het gaat om de naam Blommaert (de naam voorafgaand aan de verbastering Blommaart) blijkt toch, dat er een roemrijk geslacht heeft bestaan.
Van één van de leden van dat geslacht is het volgende bekend:
Kapitein Blommaert werd geboren in 1534 te Oudenaarde als Jacob Blommaert, hij was de zoon van Adriaen Blommaert, geboren te Berne, welke op zijn beurt de zoon was van Pieter Blommaert uit Zingem. Van Pieter is bekend, dat hij in 1381 koren verbouwde en in 1383 vlas. Kleinzoon Jacob werd op latere leeftijd lid van het koopmansgilde en werd in 1550 (16 jaar!) ingeschreven in het poortersboek van Oudenaarde. Hij was meester-tapijtmaker en kon zich al snel veroorloven op 10 maart 1555 een huis te kopen in de Baerstraat te Pamele.
In 1560 en in 1565 was hij gezworen wethouder te Pamele en lid van het consistorie van de Calvinistische Kerk binnen de jurisdictie van Oudenaarde. Rond 1562 trouwde hij met Agnes van den Broucke, die in 1581 of 1582 te Pamele is overleden.
Jacob Blommaert hing, zoals vermeld de Calvinistische leer aan; een verkettering t.o.v. het Rooms Katholieke geloof, welke door Karel V werd bestreden. Na de opvolging van Karel V door Philips II werd de godsdienststrijd nog uitgebreid met een onafhankelijkheidsoorlog. Toch breidde het Calvinisme zich sterk uit, ondanks de inquisitie. De Calvinisten kregen veel aanhang en hielden zelfs hagepreken in Oudenaarde. Het gepeupel, opgezweept tegen de Kerk, genoeg van moorden, de inquisitie en de plunderingen door Spaanse soldaten uitte hun misnoegen en woede met de beeldenstorm in de katholieke kerken.
Om orde op zaken te stellen stuurde Philips II Alva naar de Zuidelijke Nederlanden, waar hij zijn schrikbewind begon. Sommige Calvinisten werden gedood, anderen verbannen en velen namen de vlucht. Een van de bannelingen was Jacob Blommaert, die daarop dienst nam in het leger van Willem van Oranje. Op diverse plaatsen bond hij de strijd aan met de Spanjaarden, waarna hij in 1572 naar zijn geboortestreek terugkeerde. Aldaar verzamelde hij onder de Calvinisten, die zich in de bossen schuil hielden een klein leger. Zij kregen de naam “Bosgeuzen” Over die Bosgeuzen schrijft Louis Paul Boon in zijn “Geuzenboek”:
……”Ondanks alle voorzorgen gebeurde het in de zondagochtend van 7 september (1572). Er hing een dikke mist en hiervan maakte Blommaert gebruik om zijn mannen tot bij de stadsmuren (van Oudenaarde) te brengen. Men zou deze Zondag feest vieren ter gelegenheid van de kerkwijding van de volkswijk Pamele. Aan een van de stadspoorten boden zich drie kooplieden aan, die tijdens het feest zaken wilden doen. Terwijl hun namen in het wachthuis werden opgeschreven haalden ze alle drie een roer met afgezaagde loop onder hun mantel vandaan. Eén van hen loste een verwittigend schot en onmiddellijk sprongen van alle kanten uit de dichte mist gewapende Geuzen te voorschijn en namen de nog niet gesloten stadspoort in………
Zo veroverde Jacob Blommaert met zijn 800 soldaten zijn geboortestad Oudenaarde. Het kasteel van Pamele en het Bourgondisch kasteel waren echter nog niet in zijn macht. Na verovering van het laatste kasteel viel ook het kasteel van Pamele zonder moeite in zijn handen, omdat de baron van Pamele inmiddels was gevlucht. Er volgden toen bijna vier weken plundering en moorden. Toen de Spaanse soldaten naderbij kwamen om Oudenaarde te ontzetten, werden door enkele zéér fanatieke Geuzen vele gevangen genomen priesters ongekleed in de Schelde geworpen en vervolgens ook de Spaansgezinde leden van het Stadsbestuur. Allen verdronken!
Kapitein Blommaert en zijn rechterhand Ghuys hebben deze moord partijen nog trachten te verhinderen, echter zonder resultaat. Op 4 oktober 1572 moesten de Geuzen vluchten, omdat de Spanjaarden Oudenaarde weer veroverden. Jacob Blommaert werd bij zijn vlucht achtervolgd, maar bij Oostwynckele (bij Eeklo) achterhaald. Jacob en zijn metgezel Willem de Grave hadden zich teruggetrokken in “het goed van St. Jans tot Brugge”. Toen zij weigerden zich over te geven werd het goed in brand gestoken, waarbij beiden in de vlammen omkwamen. Dit was het einde van het Blommaert epos.
Jacob en zijn vrouw Agnes hadden slechte één kind, nl. de in 1563/1564 geboren zoon Pauwels Blommaert. Ondanks dat Pauwels naar Middelburg vertok is het geenszins zeker, dat de huidige Nederlandse familie afstamt van deze Pauwels. Al vóór die tijd was de naam Blommaert reeds wijd verbreid en het wettigt het vermoeden, dat er vele gelijknamige geslachten waren.
De huidige familie stamt af van Anthony Blommaert en zijn vrouw Josina Rosier. Het aantal nazaten van dit paar bedraagt tot op heden zeker 500, dat mag wel productief worden genoemd. Als onderschrijving van deze productiviteit werd in oude familiepapieren de volgende aantekening gevonden:
Petrus Franciscus Blommaart, 1766-1819.
Let op de schrijfwijze van de achternaam! In de overlijdensakte vermeld als “bakker”. Vader van 16 kinderen! Hertrouwt mei 1805 met Maria Neve, in juni het volgende kind! (Hij “bakte ze wel bruin”!)
Naast de hier bedoelde familie zijn er ook Blommaerts in Nederland, die tot andere geslachten behoren. De geboortedatum en –plaats van Anthony zijn niet gevonden. Hij leefde van ca 1735 tot 31 december 1784, toen hij in Hulst is overleden. Het vermoeden bestaat, dat Francisus Blommaert en Maria Verne zijn ouders waren. Het ouderpaar is te vinden in registers in Bergen op Zoom en Hulst. Kinderen van Anthony en Josina werden ingeschreven als Blommaert en als Blommaart.
Blommaerts bleven altijd Blommaerts, maar later werden telgen van Blommaarts ook weer ingeschreven als Blommaert. Zo ontstond een mooie warboel, waarbij het wel voorkwam, dat een geboren Blommaert stierf als Blommaart en/of andersom.
Vijf generaties later, in de crisisjaren van 1930 zoeken Eduard Franciscus Blommaart en zijn vrouw Maria Isabella Coleta de Theije met kinderen hun geluk elders en gingen ze van Ossenisse (Zeeuws Vlaanderen) naar Amsterdam. Eduard Franciscus werkte o.a als bosarbeider aan de aanleg van het Amsterdamse bos. Hij is op 8 december 1938 te Amsterdam overleden. Maria Isabella Coleta (wier voorouders uit Doel kwamen) heeft hem ruim overleefd en stierf op 85 jarige leeftijd op 21 april 1966, ook te Amsterdam.
Deze opa en oma Blommaart staan aan de basis van wederom (ondanks het ontbreken van bakkers) een grote familie. Ofschoon de nazaten inmiddels zijn uitgewaaierd en velen van hen buiten Amsterdam wonen, kunnen we in dit verband spreken van de Amsterdamse tak. (Overigens woonden en wonen er ook nog Blommaarts of Blommaerts in Amsterdam, die géén deel uit maken van de Amsterdamse tak.)
Het aantal afstammelingen, dat de naam Blommaart heeft, bedraagt 34; het totaal aantal afstammelingen gaat zeker naar de 100 stuks! Deze afstammelingen vormen een hechte familie; niet te klef, niet te close. Periodiek werpt een of meer van de leden zich op tot het organiseren van een bijeenkomst, een veelal druk bezochte reünie. Ter gelegenheid van de reünie van 4 februari 2007 is dit verhaaltje samengesteld.
Met dank aan degenen van wie ik indertijd informatie over de familie mocht ontvangen:
- Piet Blommaart uit Tuitjenhorn
- Jac. Blommaart uit Oosterhout
- Ed Blommaart uit Best
- Frank Blommaert uit Vlissingen
- Wim Blommaart uit St. Jansteen (postuum)
Frank Jeger Ohlenbusch
Nieuw-Vennep, 26 januari 2007
